maandag 16 januari 2017

Het komt nooit meer goed

Heftige titel, maar dat is wat de hele dag door mijn hoofd spookt, al wekenlang. Ik slik nu bijna 3 weken braaf mijn antidepressivum en ik voel me nog net zo k*t als daarvoor. Nu is bekend dat het zo'n 4 tot 6 weken duurt voordat het gaat werken maar ik had natuurlijk stiekem gehoopt dat ik me eerder wat beter zou voelen.

Een dag of tien geleden was ik op controle bij mijn eigen huisarts en hij was ervan overtuigd dat mijn angst-/paniekaanvallen/depressie een bijwerking zijn van de stootkuur Prednison. Dit omdat ik hier eerder nooit last van heb gehad. En dat ik er dus rekening mee moest houden dat het 6 tot 12 weken duurt voordat het spul is uitgewerkt. Ik schoot ter plekke weer in de paniek. Ik vind mijn leven momenteel een hel. Hoe hou ik dat in hemelsnaam vol?


Volgens hem had de antidepressivum daarom ook geen zin en kon ik er net zo goed mee stoppen. Ik heb hem uitgelegd dat ik dat niet wil. Ik heb al een hele tijd het gevoel dat ik op een evenwichtsbalk balanceer waar ik iedere moment vanaf kan donderen en dat ik dus wel een extra steuntje in de rug kan gebruiken.


Bovendien wil ik niet eerst 12 weken wachten om te kijken of het vanzelf weer goed komt, en als dat niet zo blijkt te zijn alsnog weer beginnen met een antidepressivum waarvan het ook weer 6 weken duurt voordat het werkt. Je kunt me nu al opvegen dus ik weet niet wat er tegen die tijd nog van me over is. Gelukkig vond hij het goed en is de dosering verdubbeld (ik was met een lage dosering begonnen om zo min mogelijk last van bijwerkingen te krijgen).


Het enige lichtpuntje in mijn huidige leven is dat er echt heel veel mensen super lief voor me zijn. Ze vragen regelmatig hoe het met me gaat, sturen berichtjes, foto's, kaartjes en kleine cadeautjes. Het doet me goed te weten dat er zoveel mensen zijn die om me geven.
En waar zou ik zijn zonder mijn allerliefste hubby, die voor me zorgt, me kalmeert, knuffelt en zijn best doet mijn leven zo comfortabel mogelijk te maken. Ik zou niet weten wat ik zonder hem zou moeten beginnen.

woensdag 28 december 2016

Inktzwart

Al zeker sinds half, eind oktober had ik last van een grieperig gevoel, slappe benen, hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. Hoewel ik me een paar weken geleden al echt niet lekker voelde bleek het toch nog erger te kunnen. Dat maakte me angstig. Ik zwelg nu al regelmatig in zelfmedelijden, omdat ik me zo ziek voel, niks kan behalve op de bank hangen, maar God weet gaat het volgende week nog slechter, en bedenk ik me dan pas dat het deze week nog eens zo slecht niet ging.
Radeloos als ik was schraapte ik al mijn moed bij elkaar en besloot ik toch naar de huisarts te gaan. Misschien dat een kuurtje Prednison mij weer op de been zou helpen. Hoewel ik met lood in mijn schoenen zijn spreekkamer binnenging, bang dat hij (weer) erg negatief zou reageren bleek dat deze keer gelukkig mee te vallen. Ik begon aan een 10-daagse stootkuur Prednison en had het idee hier al snel wat baat bij te hebben. Niet dat ik opeens superfit rondhopte, maar ik voelde me wel wat minder ziek.


Maar hoewel ik lichamelijk wat overeind leek te krabbelen ging het in mijn hoofd steeds verder achteruit. Een bijwerking van de Prednison misschien? Dus maar afwachten of het zou verbeteren na het einde van de kuur. Maar het ging van kwaad tot erger. De Kerstdagen waren een ware hel. Ik was voortdurend angstig en in paniek. Een gevoel wat ik totaal niet kende. Wat als ik me zo altijd zou blijven voelen, als dit voortaan mijn leven zou zijn, ik zag geen licht meer aan het einde van de tunnel. Ik kreeg de gedachte en gevoelens in mijn hoofd maar niet om. Mijn Lief heeft me regelmatig moeten kalmeren, me vasthouden en moed ingepraat dat het niet altijd zo zou blijven. Waar zou ik zijn zonder hem...


Hoewel ik al 7 jaar tegen mezelf zeg dat ik geen antidepressiva wil slikken omdat ik het zonder wel red dacht ik nu: kom maar op met die pillen. Ik kan niet meer, ik geef me over. Ik heb me echt nog nooit zo slecht, angstig en in paniek gevoeld. Dus derde kerstdag zaten manlief en ik bij een (vervangend, mijn huisarts had natuurlijk vakantie) huisarts om mijn verhaal te doen. Gelukkig was ze erg lief en begrijpend en legde alles goed uit. En nu zit ik hier geheel gedrogeerd dit stukje te typen. Gestart met een antidepressivum en ter overbrugging 'pammetjes' voor overdag en weer andere 'pammetjes' om te slapen. Ik heb me overgegeven, ik heb ook geen keus, ik trek het gewoon echt niet meer.


maandag 21 november 2016

Uit balans

Al een hele tijd zijn er problemen binnen het gezin die voortdurend in mijn gedachte zijn. Ik sta er mee op en ik ga ermee naar bed.

Omdat ik er zelf niet uitkwam heb ik hulp gezocht bij de praktijkondersteuner GGZ van mijn huisarts. Zij liet me inzien dat ik klem zit, dat ik hier zelf weinig aan kan doen en dat wát gebeurt is in het verleden ik niet meer kan terugdraaien. Mijn doel is nu zo goed mogelijk met de huidige toestand omgaan. En dat valt niet mee.
In het vervolg daarop bracht ik ter sprake dat ik nogal snel en ook finaal instort bij problemen in mijn omgeving. Gedoe binnen het gezin, zieke poezenbeesten, ik krijg nauwelijks nog een hap door mijn keel en doe geen oog meer dicht. Zo was ik vroeger -in mijn gezonde leven- niet, in ieder geval zeker niet in deze mate. Ik heb daar veel last van. Zelf had ik al bedacht dat dat komt omdat ik tegenwoordig zeeën van tijd heb om overal lang en uitgebreid over na te denken. En wat je aandacht geeft groeit, ook zaken die je liever niet ziet groeien.
De praktijkondersteuner kwam met nog een verklaring: ik ben niet in balans. Veel dingen waar ik gelukkig of gewoon blij van werd kunnen niet meer. Ook heeft mijn zelfvertrouwen een flinke deuk opgelopen sinds ik ziek en afgekeurd thuis ben. Maar dat soort zaken tezamen zorgen er normaal gesproken voor dat je een stabiele basis hebt. Dat je tegen een stootje kan als er nare dingen in je omgeving gebeuren.
Echter mijn balans is nogal wankel, ik moet vaak alle zeilen bij zetten om overeind te blijven. Een zuchtje tegenwind en ik ga genadeloos kopje onder.
Toen ik, alweer zo lang geleden, besloot om niet depressief te worden had ik me niet gerealiseerd dat ik hiervoor zo lang en zo hard zou moeten werken. En het houdt maar niet op.

zondag 23 oktober 2016

Ruilen?

In de 7 jaar dat ik ziek thuis ben heb ik in mijn familie en vriendenkring verscheidene tijdelijke lotgenoten gehad. Ik bedoel dan niet een lullig griepje maar serieuze shit waarbij je je een hele poos uit de roulatie bent.

De meest recente lotgenoot is een lieve vriendin die al wekenlang thuis zit met een ernstige darmontsteking. Het beter worden schiet maar niet op en ze raakt er zo langzamerhand een beetje hopeloos van. Toen ik onlangs bij haar ziekenbezoek was en zij vertelde dat ze laatste weken vaak aan mij had gedacht bleef ik de waterlanders maar nauwelijks de baas.
Haar opmerking dat ze nu zelf had ervaren dat ziek thuis zitten toch wel echt iets anders is dan vakantie vieren kwam onverwacht loeihard bij mij binnen. Ze vertelde dat ze nooit had beseft dat als je je zelfs te beroerd voelt om een boek te lezen omdat je alleen maar bezig bent met overleven, dat toch niet echt voelt als vakantie. En dat dan als klap op de vuurpijl er ook nog mensen zijn die menen te moeten opmerken dat ze wel met je zouden willen ruilen omdat je nu lekker ieder dag in de zon kunt zitten.
Au…
Een andere vriendin die een poos geleden opperde dat ze jaloers was op mijn lege agenda heb ik meteen voorgesteld te ruilen, graag zelfs. Maar dan wel het hele pakket, dus inclusief griepgevoel, pijn, energiegebrek en alle andere ellende, en dat dat dus betekent dat dan zo ongeveer je hele bucketlist linea recta de prullenbak in kan.
Hoewel zulke opmerkingen me nog steeds raken kan ik het ze eerlijk gezegd niet eens kwalijk nemen. Voordat ik chronisch ziek werd had ik zelf ook geen flauw benul.

donderdag 1 september 2016

Uit het nest gevallen

Dolgelukkig was ik, in blijde verwachting van ons tweede kindje en ik voelde me top.

Ik was tien weken zwanger toen ik tijdens het toiletbezoek voor het slapen gaan wat donkergekleurde afscheiding ontdekte. Ik had geen reden om me zorgen te maken en was het voorval dan ook al helemaal vergeten totdat ik de volgende dag opnieuw wat afscheiding in mijn ondergoed zag. Dit keer was het duidelijk met bloed vermengd en dat zat me toch niet lekker. Ik besloot de huisarts te bellen zodat hij me gerust kon stellen. ‘Bloedverlies in het eerste trimester van de zwangerschap leidt in 50% van de gevallen tot een miskraam’ was zijn tekst. Het voelde alsof ik door de bliksem werd getroffen. Wat een l*l, ik kon hem wel slaan. Vanaf toen zat de schrik er goed in.
De volgende dag ging ik bij een nichtje op de koffie. Eigenlijk had het een leuke visite moeten worden waarin ik zou vertellen dat ik zwanger was maar nu hield ik mijn mond. Omdat ik geen zin had om geconfronteerd te worden met nog meer bloedverlies besloot ik niet meer naar toilet te gaan. Eenmaal thuis moest ik natuurlijk toch en het bloedverlies bleek nog erger. Ook had ik ondertussen een akelig gespannen gevoel in mijn buik maar dat wijdde ik aan de zenuwen. Dat het misschien wel helemaal mis zou gaan met deze zwangerschap was voor mij nog steeds ondenkbaar.
De volgende ochtend werd ik heel vroeg wakker en ben ik naar de wc gerend. Ik bloedde enorm en verloor grote stolsels. Terwijl ik op het toilet zat kon ik niet meer voor mezelf verbergen waar ik diep in mijn hart zo bang voor was, dit ging helemaal fout. Mijn ver verstopte angst was werkelijkheid geworden. Hoe graag ik ook wilde dat het bloeden en de pijn stopte, ik had er geen controle over. Mijn lichaam liet me compleet in de steek, ik heb me zelden zo machteloos gevoeld.
Dit zo ontzettend gewenste cadeautje, deze zoete droom werd me nu bruut afgenomen.
Een hele poos heb ik op de badkamervloer zitten huilen. Pas veel later heb ik mijn echtgenoot wakker gemaakt.  
Tien dagen later moest ik voor controle naar de huisarts en zat ik stoer te vertellen dat het goed met me ging. Ik vond zelf dat ik wel genoeg had getreurd en wilde weer verder. In de praktijk bleek dat echter niet zo eenvoudig. Ik ben nog zeker zo’n maand of vier flink verdrietig geweest. Mijn gedachte omzetten en gewoon vrolijk zijn bleek veel moeilijker dan ik dacht. Ook vond ik het erg lastig de uitgerekende datum uit mijn hoofd te krijgen en was ik jaloers op iedereen die zwanger was of een baby kreeg. Het voelde zo oneerlijk.
Uiteindelijk werd ruim een jaar later mijn dochtertje geboren. Ik heb vaak aan het voeteinde van haar wiegje naar haar staan kijken en gedacht: daar ligt ze dan, de baby die ik zo heb gewenst en waarom ik zoveel tranen heb gelaten.

zondag 29 mei 2016

Het jaloerse duiveltje

Na het vorige schrijfsel ging het een tijdlang best goed met mij. Ik heb ervan genoten. Tot een week of drie vier geleden, toen kwam er de klad weer in. Niks aan te doen maar wel balen. Ik heb reeds menig uitje gecanceld of vooruit geschoven hopende op betere tijden.

Al een hele poos ben ik best tevreden dat het gaat zoals het gaat. Ik vind het fijn om alleen thuis te zijn. Niks moet, ik kan zelf kiezen wat ik ga doen of juist niet ga doen. Ik poets het huis, doe de boodschappen en kneuter of fröbel wat. Ook aan lekker en gezond koken zonder zakjes en pakjes beleef ik tegenwoordig veel plezier.
Toch zo af en toe ontwaakt er een duiveltje in mij, een heel jaloers duiveltje. Ik hoor fantastische verhalen van familie en vriendinnen die de meest verre bestemmingen bezoeken terwijl ik het leven leid van een hoogbejaarde. Ik zie foto’s van avontuurlijk oorden die ooit ook op mijn verlanglijstje prijkten terwijl ik het tegenwoordig moet doen met een wandeling op de hei. Ik doe enthousiast want ik luister graag naar hun verhalen maar diep in mijn hart wil ik dat ook. Ik ben jaloers.
Normaal gesproken zou ik nu, eind mei/begin juni ook op vakantie zijn geweest. Godzijdank ben ik gewoon thuis. Ik voel me niet goed en ben blij dat ik niet mijn koffer heb hoeven pakken en een vermoeiende reis heb hoeven ondergaan. Dat ik gewoon lekker in mijn stille huis op mijn eigen bank mag blijven hangen. Desondanks zou ik natuurlijk nog liever met een gezond lijf naar het einde van de wereld zijn gereisd.
De opmerking dat ik nooit meer op vakantie wil is er best wel ingeslagen. Zowel hier op dit blog als in real life. Vooral voor mijn gezonde medemens was het nogal shocking te horen dat op vakantie gaan voor mij behoorlijk uitputtend is. Dus een rondreis door Canada of de Lofoten kan ik echt van mijn toch al drastisch ingekorte bucketlist schrappen. Dat gaat gewoon nooit meer gebeuren.

dinsdag 3 mei 2016

Verhalen van oma: De hut


“Wakker worden,” roept een stem. Iemand trekt aan mijn arm. Ik open mijn ogen en zie in het donker de gestalte van Anneke. “Je moet uit bed en warme kleren aandoen”, zegt ze. Ik kijk haar vragend aan en zie dat ze kleine Toos op haar arm heeft. Toosje hangt slaperig tegen Anneke aan en wrijft door haar oogjes. Sinds mama weer een baby heeft is Toosje de baby van Anneke. Anneke is mijn grote zus maar eigenlijk is ze ook een klein moedertje. “Ik wil niet,” protesteer ik, mijn bed is heerlijk warm en buiten is het nog donker, maar Anneke is al weg. Ik klim uit bed, trek een warm vest aan en ga naar beneden. In de keuken is het druk, ik begrijp er niets van, het is toch nog nacht? Jan en Tiny, mijn grote broers zijn brood en bekers in een zak aan het stoppen. Moeder loopt met de baby op haar arm en het lijkt wel of ze huilt. Ik vind het niet fijn als mama huilt. “We gaan naar de hut, allemaal meelopen en stil zijn”, zegt papa streng. Één voor een verlaten we in stilte ons huis. Buiten is het koud en ik ril. Dan hoor ik vanuit de verte een brommend geluid. Het komt steeds dichterbij. Het is een akelig geluid, ik wil dat het stopt. Papa vloekt zachtjes maar ik kan hem toch horen. “Rotmoffen” zegt hij, ik weet niet wat dat zijn maar aan zijn toon begrijp ik wel dat het niet deugd. We lopen verder tot in de boomgaard. Overdag speel ik hier vaak met mijn vriendinnetjes tussen de appelbomen maar nu in het donker ziet het er eng uit. De takken lijken wel grote enge klauwen die me elk moment willen pakken. Daar is de hut, eigenlijk gewoon een heel groot gat in de grond dat papa zelf heeft gegraven. Hij is er dagen mee bezig geweest. Lange planken vormen het dak. Papa tilt een plank op en Jan laat zich als eerste in de kuil naar beneden zakken en helpt daarna de anderen naar beneden te klauteren. Er liggen matten op de vloer en stro in de hoeken, voor de rest is het kaal en kil. Iedereen zoekt een plekje tegen de wand maar ik sta nog wat te treuzelen. Het liefst wil ik bij mama zitten maar die heeft al Toos en de baby op schoot. Ik voel de tranen prikken maar probeer niet te gaan huilen. Anneke ziet het en wenkt me. Ik loop naar haar toe en kruip tegen haar aan. Ze blaast warme lucht over mijn gezicht en legt een deken over me heen. Terwijl ze zachtjes voor me zingt dommel ik weer in slaap.