dinsdag 3 mei 2016

Verhalen van oma: De hut


“Wakker worden,” roept een stem. Iemand trekt aan mijn arm. Ik open mijn ogen en zie in het donker de gestalte van Anneke. “Je moet uit bed en warme kleren aandoen”, zegt ze. Ik kijk haar vragend aan en zie dat ze kleine Toos op haar arm heeft. Toosje hangt slaperig tegen Anneke aan en wrijft door haar oogjes. Sinds mama weer een baby heeft is Toosje de baby van Anneke. Anneke is mijn grote zus maar eigenlijk is ze ook een klein moedertje. “Ik wil niet,” protesteer ik, mijn bed is heerlijk warm en buiten is het nog donker, maar Anneke is al weg. Ik klim uit bed, trek een warm vest aan en ga naar beneden. In de keuken is het druk, ik begrijp er niets van, het is toch nog nacht? Jan en Tiny, mijn grote broers zijn brood en bekers in een zak aan het stoppen. Moeder loopt met de baby op haar arm en het lijkt wel of ze huilt. Ik vind het niet fijn als mama huilt. “We gaan naar de hut, allemaal meelopen en stil zijn”, zegt papa streng. Één voor een verlaten we in stilte ons huis. Buiten is het koud en ik ril. Dan hoor ik vanuit de verte een brommend geluid. Het komt steeds dichterbij. Het is een akelig geluid, ik wil dat het stopt. Papa vloekt zachtjes maar ik kan hem toch horen. “Rotmoffen” zegt hij, ik weet niet wat dat zijn maar aan zijn toon begrijp ik wel dat het niet deugd. We lopen verder tot in de boomgaard. Overdag speel ik hier vaak met mijn vriendinnetjes tussen de appelbomen maar nu in het donker ziet het er eng uit. De takken lijken wel grote enge klauwen die me elk moment willen pakken. Daar is de hut, eigenlijk gewoon een heel groot gat in de grond dat papa zelf heeft gegraven. Hij is er dagen mee bezig geweest. Lange planken vormen het dak. Papa tilt een plank op en Jan laat zich als eerste in de kuil naar beneden zakken en helpt daarna de anderen naar beneden te klauteren. Er liggen matten op de vloer en stro in de hoeken, voor de rest is het kaal en kil. Iedereen zoekt een plekje tegen de wand maar ik sta nog wat te treuzelen. Het liefst wil ik bij mama zitten maar die heeft al Toos en de baby op schoot. Ik voel de tranen prikken maar probeer niet te gaan huilen. Anneke ziet het en wenkt me. Ik loop naar haar toe en kruip tegen haar aan. Ze blaast warme lucht over mijn gezicht en legt een deken over me heen. Terwijl ze zachtjes voor me zingt dommel ik weer in slaap.

2 opmerkingen:

  1. Kippenvel. Vreselijk dat vroeger zoiets gebeurde. Heel mooi geschreven.

    Liefs Frederique

    BeantwoordenVerwijderen