zondag 1 november 2015

Zijn er nog particuliertjes?

In deze wijk kwamen we normaal gesproken nooit, er stonden dure huizen en er woonden alleen maar rijke mensen. Toen we de straat inreden kreeg ik het unheimisch gevoel dat ik altijd kreeg als we hier reden. We stopten bij de bungalow met de donkergekleurde bakstenen en stapten uit, mijn moeder, mijn broer, mijn zus en ik. Om de hoek, achter de witte deur was de wachtkamer en ik hoopte met heel mijn hart dat hij flink vol zou zitten. Hoe meer mensen er zaten, hoe langer het zou duren voordat ik aan de beurt zou zijn. In de kleine wachtkamer hingen posters van Spanje aan de muur. Wuivende palmen en blauwe luchten; als het de bedoeling was hiermee deze ruimte op te vrolijken dan was dat wat mij betreft mislukt. Van alleen al de geur die er hing werd ik naar. Mijn moeder ging zitten en ik mocht bij haar op schoot. Ik telde hoeveel mensen er binnen zaten om zo een inschatting te kunnen maken hoe lang ik nog veilig was.

Na een poosje stak de door mij zo gevreesde man zijn halfkale hoofd door de deur. De weinig haartjes die nog op zijn schedel groeiden zaten er met brylcreem strak opgeplakt. ”Zijn er nog particuliertjes?” vroeg hij met – in mijn ogen – geniepig lachje. Zijn donkere kraaloogjes tuurden de wachtkamer rond. Godzijdank waren wij gewoon ziekenfonds en mocht ik nog even bij mijn moeder blijven zitten. Veel sneller dan ik had gehoopt waren wij toch aan de beurt. De hele familie en nog wat anderen werden de behandelkamer binnengeroepen, allemaal tegelijk. In de grote vierkante ruimte zat de roodharige assistente achter haar donkerbruine bureau dat links tegen de muur stond. De behandelstoel stond in het midden. Zoals altijd droeg "de beul" – zoals mijn broer en zus hem noemden –  een rare witte hes met hooggesloten boord. Met zijn allen op een kluitje keken we toe hoe de een na de ander in de stoel plaats nam. Als allerlaatste was het mijn beurt en ging ik zitten, doodsbang, alsof mijn laatste uur was geslagen. In een poging mij op mijn gemak te stellen kietelde de tandarts me in mijn zij waarna ik vervolgens zo ver mogelijk van hem vandaan schoof. Zijn kietelen voelde meer als gemeen geprik. In een nieuwe poging aardig te zijn kneep hij in mijn wang wat ik nog pijnlijker vond. Ondertussen kon ik zijn naar koffie stinkende adem ruiken. Ik deed mijn mond open en bad vurig tot God dat hij me zou helpen dit te overleven. Dat mijn gebedje iedere avond voor het slapen gaan niet voor niks was geweest. Het liefst wilde ik heel hard gaan gillen maar iets in me besloot dat dat beter was van niet.

Het lot was me deze keer gunstig gezind, geen gaatjes. Eenmaal weer buiten zoog ik de frisse lucht in mijn longen, ik had het weer gehad. Nimmer meer was de opluchting groter dan dat ik als klein meisje een bezoek aan tandarts L. had overleefd.

12 opmerkingen:

  1. Die tijd ken ik nog, particulier verzekerd zijn.Toen ik nog thuis woonde en toen ik getrouwd was. Niet omdat wij zoveel geld hadden, maar omdat mijn vader EN Hubbie allebei bij de overheid werkten. En dan was je automatisch particulier verzekerd. Het kostte gewoon veel geld, vond ik. En die rekeningen die ik moest voorschieten en dan declareren.
    Ik vond het waardeloos. Terwijl mensen dachten dat je dan geld had. Ik vond het ziekenfonds een stuk beter, maar helaas.

    Liefs Frederique

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Het systeem op zich was prima, maar het verschil wat er door een aantal zorgverleners werd gemaakt was soms wel schokkend. Voorrang bij behandelingen, maar ook een andere wachtkamer, voor ziekenfondspatiƫnten een 'hok' met oude keukenstoelen, voor particulieren een kamer met leren bank en dure tijdschriften.

      Verwijderen
  2. Volgens mij hadden wij dezelfde tandarts, of waren alle tandartsen zo?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Geen idee. Hier in het dorp had vroeger iedereen dezelfde tandarts en dus ook dezelfde traumatische herinneringen als ik. Ik had het er onlangs met mijn huidige tandarts over, ze hoort nog steeds de meest vreselijke verhalen over tandarts L. Gelukkig is zijzelf de meest lieve en invoelende tandarts die er bestaat.

      Verwijderen
  3. Oh, gelukkig herken ik er niets van... Klinkt vreselijk!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hihi!Wij waren 'particuliertjes' in de jaren '70 bij een tandarts die dan wel verantwoorde affiches aan de muur had, ("snoep verstandig eet een appel ") maar er verder ook niet veel van bakte. Afgezien van het feit dat hij onze gebitten minimale aandacht gaf, had hij teveel andere bezigheden tijdens zijn werk. Zo had hij een keer een klein teeveetje op de tandarts- stoelleuning gemonteerd om niets te missen van de Tour de France....
    Erg eigenlijk; geen mens die er wat van zei ( in ieder geval mijn ouders niet)
    Groet Elisabeth

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Neeeee...hoe verzin je het. En dan hangt ie boven je hoofd met een boor in zijn hand terwijl je ziet dat hij met een schuin oog ook naar Joop Zoetemelk kijkt. Ieks....

      Verwijderen
  5. Wat een herkenning! Mijn broertje en ik voelden ons de nacht voorafgaand aan het tandartsbezoek doodongelukkig. Die vreselijke wachtkamer, de lucht, en de tandarts zelf was een ongelikte beer. Toen mijn broer particulier werd, werd hij persoonlijk opgehaald in de wachtkamer door de assistente. Mijn ouders en ik - ziekenfondsjes - moesten zelf de deur naar de behandelkamer maar zien te vinden. Zo erg!
    Lieve groet

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Blijkbaar naast elkaar in de collegebanken gezeten, onze tandartsen uit de jaren 70. Wat een ontzettend naar soort.

      Verwijderen
  6. Vreselijk he die tandartsen van vroeger :-(

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Ik moet er al niet aan denken maar als ik dit lees...brrrr

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Voor velen is de basisverzekering geen vooruitgang, maar iedereen is nu ten minste gelijk qua behandeling!

    BeantwoordenVerwijderen